Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus)
Uiterlijk
De kleine mantelmeeuw is slanker dan de grote mantelmeeuw en heeft een donkere grijze tot bijna zwarte rug, gele poten en een gele snavel. Het contrast tussen de donkere bovenzijde en witte onderzijde is vooral bij volwassen vogels opvallend.
Voorkomen en verspreiding
In Nederland is de kleine mantelmeeuw een algemene broedvogel, vooral in kustgebieden maar ook op daken verder landinwaarts. Veel vogels trekken in het najaar naar zuidelijker streken, al blijven er ook exemplaren overwinteren.
Leefgebied en gedrag
Kleine mantelmeeuwen zoeken voedsel op zee, langs de kust, op akkers en in steden. Ze eten onder meer vis, ongewervelden en voedselresten. In de broedtijd kunnen ze luidruchtig hun nest op een dak of in een kolonie verdedigen.

