Zeekoet (Uria aalge)
Uiterlijk
De zeekoet is een slanke, zwartbruine en witte zeevogel. Zijn lange, spitse snavel en gestroomlijnde bouw onderscheiden hem van de alk, die een zwaardere, stompe snavel heeft. In broedkleed zijn de kop en hals donker; in de winter verschijnt er meer wit rond de keel en wangen.
Voorkomen en verspreiding
In Nederland is de zeekoet vooral buiten het broedseizoen op zee te vinden. Soms duiken vogels op in havens of langs het strand, bijvoorbeeld bij IJmuiden of Lauwersoog. De soort broedt in grote kolonies op rotskusten rond de noordelijke Atlantische Oceaan, waaronder Groot-Brittannië, Noorwegen en IJsland.
Leefgebied en gedrag
Zeekoeten zijn uitstekende duikers die onder water met hun vleugels achter vis aan zwemmen. Ze broeden dicht op elkaar op smalle rotsrichels en leggen daar één ei. Op zee zijn ze kwetsbaar voor onder meer voedseltekort, visnetten en olievervuiling. Zeekoeten worden dan ook geregeld als olieslachtoffer gevonden op stranden, al heeft niet iedere verzwakte vogel met olie te maken.
Persoonlijk
Bij IJmuiden kon ik eens meerdere zeekoeten fotograferen die er duidelijk niet goed aan toe waren. Een van de vogels lag op het strand en liet me opvallend dichtbij komen; hij was mat en deed nauwelijks moeite om afstand te houden. Voor een fotograaf is het bijzonder om zo'n zeevogel van dichtbij te zien, maar het voelde vooral dubbel. Juist omdat je weet dat een gezonde zeekoet zich normaal heel anders gedraagt, is zo'n ontmoeting niet alleen maar mooi.


