Meerkoet (Fulica atra)
Uiterlijk
De meerkoet is een stevige, bijna zwarte watervogel met een opvallend witte snavel en voorhoofdsplaat. Van dichtbij blijkt zijn verenkleed eerder donkergrijs dan echt zwart. Zijn poten hebben geen gewone zwemvliezen, maar brede lobben aan de tenen, waarmee hij prima kan zwemmen en over drijvende planten kan lopen.
Voorkomen en verspreiding
In Nederland is de meerkoet een van de algemeenste watervogels. Je ziet hem op sloten, plassen, stadsvijvers en grote meren. Buiten de broedtijd kunnen zich enorme groepen verzamelen, soms duizenden vogels bij elkaar. Ook elders in Europa en grote delen van Azië komt de soort veel voor.
Leefgebied en gedrag
Meerkoeten eten vooral waterplanten, maar ook kleine waterdieren. Ze kunnen verrassend fel zijn. Vooral in de broedtijd jagen ze elkaar achterna, delen ze trappen uit met hun grote poten en zwemmen rivalen soms dreigend rondjes om elkaar, met de vleugels hoog in een soort driehoek. Daarbij klinkt voortdurend hun typische, harde roep: een kort, scherp en bijna klikkend ‘tik!’ of ‘kek!’, dat over het water draagt.
Persoonlijk
Juist omdat meerkoeten zo algemeen zijn, kun je rustig de tijd nemen om hun gedrag te bekijken. Ik vind vooral die onderlinge confrontaties mooi: een ogenschijnlijk gewone vogel blijkt ineens een behoorlijk temperament te hebben. En met een laag standpunt aan de waterkant levert dat soms verrassend leuke foto's op.




