Matkop (Poecile montanus)

Uiterlijk

De matkop heeft net als de glanskop een zwarte kruin, lichte wangen en een bescheiden grijsbruin verenkleed. De iets grotere lichte wangpartij en andere kopvorm kunnen aanwijzingen geven, maar vooral de karakteristieke roep is belangrijk om beide soorten uit elkaar te houden.

Voorkomen en verspreiding

De matkop is in Nederland een schaarse en achteruitgaande broedvogel van vochtige bossen, moerasbos en wilgenbroekbos. De Oostvaardersplassen, met hun natte wilgenbossen, passen precies bij het soort leefgebied waarin ik deze vogel ken. Buiten Nederland komt hij in een groot deel van noordelijk Europa en Azië voor.

Leefgebied en gedrag

Matkoppen zoeken insecten, larven en zaden tussen wilgen, elzen en dood hout. Ze hakken soms zelf een nestholte uit in zacht, vermolmd hout. Anders dan de glanskop hoort deze soort dus niet in de eerste plaats bij het drogere, oudere loofbos. In dicht wilgenbroekbos is fotograferen bepaald niet vanzelfsprekend; vaak verraadt de vogel zich eerder door zijn geluid dan door een mooi vrij uitzicht.

Matkop (Poecile montanus) - Matkop in het riet