Grauwe klauwier (Lanius collurio)
Uiterlijk
Het mannetje van de grauwe klauwier heeft een warme roodbruine rug, een grijze kop en een zwarte band door het oog. Het vrouwtje is minder uitgesproken gekleurd, met een fijne schubtekening op de onderzijde. Ondanks zijn bescheiden formaat oogt deze klauwier als een echte kleine jager.
Voorkomen en verspreiding
In Nederland is de grauwe klauwier een vrij zeldzame broedvogel, die vooral voorkomt in structuurrijke natuurgebieden met veel insecten en doornstruiken. In delen van Oost-Europa, waaronder Roemenië, is hij veel algemener. In de winter trekt hij naar Afrika.
Leefgebied en gedrag
De grauwe klauwier zit graag op een uitstekende tak of struiktop om naar prooien te speuren. Grote insecten vormen een belangrijk deel van zijn menu, maar ook kleine gewervelde dieren worden gevangen. Net als andere klauwieren kan hij voedsel op doorns spietsen. In het prachtige, kleinschalige boerenland rond het dorp waar ik in Roemenië logeerde, zag ik ze werkelijk overal. Ik schreef daarover in mijn herinneringen aan Roemenië. In Nederland zocht ik de soort onder meer bij De Tuintjes op Texel, waar ik hem tijdens een voorjaarsbezoek aan Texel zag. Ook langs de IJssel bij Zwolle en in de meidoornhagen van de uiterwaarden wordt hij af en toe waargenomen. Het contrast met Roemenië laat mooi zien hoe belangrijk een insectenrijk, afwisselend landschap is.
Man

Vrouw


