Ransuil (Asio otus)
Uiterlijk
De ransuil is een slanke uil met opvallende oorpluimen die hem een bijna koddig uiterlijk geven. Het zijn overigens geen echte oren: die zitten verborgen onder de veren. Vooral wanneer de pluimen rechtop staan, krijgt de vogel een heel eigen uitstraling. Minstens zo bijzonder is zijn camouflage. Het geelbruine, gevlekte verenkleed lijkt op boomschors, waardoor een ransuil tussen takken en stammen bijna volledig kan verdwijnen. Soms kijk je er zo overheen zonder hem op te merken.
Voorkomen en verspreiding
De ransuil komt in grote delen van Europa voor en is in Nederland het hele jaar aanwezig. Toch is hij hier een vrij schaarse broedvogel geworden. De aantallen zijn de afgelopen decennia sterk afgenomen en de soort staat als kwetsbaar op de Nederlandse Rode Lijst. Dat maakt het extra waardevol om deze prachtig gecamoufleerde vogel nog tegen te komen.
Leefgebied en gedrag
Ransuilen jagen vooral op muizen in open terrein, bijvoorbeeld in weilanden en langs bosranden. Overdag zoeken ze beschutte plekken in bomen op om te rusten. In de winter verzamelen ze zich soms op gezamenlijke slaapplaatsen, ook wel roestplaatsen genoemd. Daar kunnen enkele vogels bij elkaar zitten, maar soms gaat het om groepen van tientallen exemplaren. Zo’n slaapplaats kan zich zelfs midden in een woonwijk bevinden. De vogels zitten vaak dicht tegen een stam aan en gaan door hun camouflage gemakkelijk op in de omgeving.
Een ransuil broedt meestal in een oud nest van bijvoorbeeld een ekster of zwarte kraai. De combinatie van bomen om in te rusten en open terrein om te jagen is belangrijk voor de soort. Juist doordat ransuilen zo onopvallend zijn, is het lastig om hun aantallen goed in beeld te krijgen.


Camouflage

