Koperwiek (Turdus iliacus)
Uiterlijk
Van de lijsters vind ik de koperwiek misschien wel de elegantste. Hij is kleiner en fijner dan de kramsvogel, met een opvallende lichte wenkbrauwstreep en warm roestrode flanken. Vooral als hij even draait of opvliegt, zie je waar zijn naam vandaan komt. De zachte kleuren en fijne tekening maken hem voor mij tot de mooiste lijster.
Voorkomen en verspreiding
In Nederland is de koperwiek vooral een doortrekker en wintergast. De vogels broeden veel noordelijker, onder andere in Scandinavië en IJsland. In het najaar en de winter kunnen ze hier in flinke aantallen verschijnen.
Leefgebied en gedrag
Koperwieken zoeken voedsel in graslanden, parken en bij besdragende struiken, vaak samen met kramsvogels. Ze eten onder andere wormen, insecten en bessen. Hun hoge, ijle trekroep klinkt heel anders dan het stevige getjak van een kramsvogel. Wanneer ik in de winter op pestvogels wacht, zijn koperwieken een bijzonder welkom extra onderwerp. Tussen de takken en bessen kunnen hun warme flankkleuren prachtig uitkomen. Daarvoor hoef je niet altijd een zeldzame vogel voor de lens te hebben.

