Fazant (Phasianus colchicus)
Uiterlijk
De fazantenhaan is moeilijk over het hoofd te zien: een glanzend groene kop, rode huid rond de ogen, een kastanjebruin lichaam en een lange, spits toelopende staart. De hen is veel bescheidener bruin en fijn getekend. Tussen gras en struiken valt ze daardoor nauwelijks op, zeker wanneer ze kuikens heeft.
Voorkomen en verspreiding
De fazant komt in grote delen van Nederland voor, vooral in agrarisch gebied, duinen en bosranden. Oorspronkelijk komt hij uit Azië en is hij hier door mensen geïntroduceerd, onder andere voor de jacht. Inmiddels leeft de soort al eeuwen in ons landschap. Ook in veel andere Europese landen is hij ingeburgerd.
Leefgebied en gedrag
Fazanten zoeken op de grond naar zaden, jonge planten, insecten en ander klein voedsel. De haan laat in het voorjaar luid van zich horen: een rauwe territoriumroep, vaak gevolgd door opvallend vleugelgeklapper. Bij gevaar duiken de vogels meestal eerst de dekking in, al kunnen ze met veel kabaal opvliegen.
Persoonlijk
Ik blijf het wat merkwaardig vinden dat een vogel die hier al zo lang leeft nog altijd nadrukkelijk het etiket exoot krijgt. Zijn oorsprong verandert natuurlijk niet, maar wat mij betreft is de fazant inmiddels een welkome verschijning. Vooral op de Waddeneilanden vind ik hem een leuk fotografieonderwerp; daar schreef ik ook over in mijn voorjaarsblog over Texel. Zo opzichtig als een kraaiende haan kan zijn, zo onopvallend is de hen. Al zag ik ook eens een moeder met kuikens gewoon midden op een Landal-vakantiepark lopen. Ingeburgerd, inderdaad.
Man



