Huismus (Passer domesticus)
Uiterlijk
Een huismus is zo vertrouwd dat je bijna vergeet hoe mooi hij eigenlijk is. Het mannetje heeft een grijze kruin, kastanjebruine nek en een opvallende zwarte bef; het vrouwtje draagt een veel ingetogener bruin verenkleed met een lichte wenkbrauwstreep. Verwar het mannetje niet met de ringmus: die heeft een geheel bruine kruin en een zwarte wangvlek.
Voorkomen en verspreiding
De huismus is in Nederland nog altijd een algemene broedvogel rond huizen, boerderijen en tuinen. Toch zijn de aantallen sinds de vorige eeuw sterk teruggelopen. De laatste jaren laat de landelijke populatie gelukkig weer enig herstel zien; een onafgebroken neerwaartse trend is het dus niet. Ook elders in Europa en grote delen van de wereld is de soort nauw met mensen verbonden.
Leefgebied en gedrag
Huismussen houden van gezelligheid. Ze broeden graag in elkaars buurt, scharrelen samen naar voedsel en verdwijnen bij onraad met veel geritsel in een dichte haag. Voor hun jongen zijn insecten belangrijk; daarnaast hebben ze zaden, beschutting en geschikte nestplekken nodig. Bij mij in de tuin verschijnt soms nog een hele groep van zeker vijftien exemplaren. Dat drukke gekwetter is heerlijk vertrouwd, maar beslist niet iets om vanzelfsprekend te vinden.
Man

Vrouw

