Aalscholver (Phalacrocorax carbo)
Uiterlijk
De aalscholver is een forse, overwegend donkere watervogel met een lange hals, een stevige, aan de punt gehaakte snavel en zwemvliezen tussen de tenen. Volwassen vogels hebben in het broedseizoen opvallende witte vlekken op de dijen en soms lichte veren aan kop en hals. Jonge vogels zijn vaak bruiner en hebben een lichtere onderzijde. Na een duik zie je aalscholvers geregeld met wijd uitgespreide vleugels zitten. Hun verenkleed is minder sterk waterafstotend dan dat van veel andere watervogels, waardoor het drogen na het vissen nuttig is.
Voorkomen en verspreiding
De aalscholver is in Nederland een algemene broedvogel en het hele jaar te zien. Je vindt hem langs rivieren, meren, plassen en de kust, maar ook bij kleinere wateren midden in de stad. De soort broedt vaak in kolonies, bijvoorbeeld in bomen bij visrijke wateren. Buiten Nederland komt de aalscholver in grote delen van Europa en Azië voor, evenals in andere gebieden van de Oude Wereld.
Leefgebied en gedrag
Aalscholvers jagen onder water op vis. Soms doen ze dat alleen, maar op plekken met veel vis kunnen groepen samenwerken en scholen vis opjagen. Ze zwemmen laag in het water en duiken vaak zonder veel opspattend water weg. Na het vissen rusten ze op een tak, paal of oever. Hoewel aalscholvers onder vissers niet altijd populair zijn, horen ze als viseters gewoon bij het ecosysteem. De Nederlandse aantallen zijn in het verleden sterk teruggelopen door vervolging en veranderingen in het leefgebied, maar de soort heeft zich later goed hersteld.



