De zomervakantie staat voor mij altijd in teken van het gezin. De jongens zijn vrij, dus samen naar een camping, een plekje waar er voor ieder wat wils is. De tafeltennistafel of een voetbalveldje zijn minstens zo belangrijk als wat deze natuurfotograaf er tegenkomt. De kids wilden dit jaar tot mijn spijt niet naar een Waddeneiland, maar we kwamen gezamenlijk uit op de Eifel. Niet de slechtste plek om op uit te komen als natuurfotograaf. We belandden op Camp Kyllburg, een leuke camping langs de Kyll, een mooie (maar door de droogte ondiepe) rivier in het zuiden van de Eifel.
Water staat voor mij als liefhebber van libellen wel garant voor plezier en op de eerste dag was het dan ook maar eens zaak om de camping een beetje te leren kennen, veel zou ik niet hoeven te rijden om de camera van stal te kunnen halen. Tientallen weide- en bosbeekjuffers fladderen rond langs de Kyll. Weidebeekjuffers heb ik al zoveel gefotografeerd dat ik me wilde richten op de voor mij meer bijzondere bosbeekjuffers. Maar op de eerste ochtend leerde ik weer wat nieuws: de weidebeekjuffers sliepen zoals verwacht in het riet en rietgras langs de beek. Maar hoewel er overdag tientallen bosbeekjuffers rond fladderden, kon ik er daar in de ochtend niet een van vinden. Toen de zon op de camping stond kwamen ze uit de tegenoverliggende, met bomen begroeide helling dwarrelen. Tot zover mijn plannen om bedauwde, slapende bosbeekjuffers te fotograferen. Maar goed, dan maar niet slapend, toch leuk om zowel het mannetje als het vrouwtje er weer eens netjes op te zetten.


Qua biotoop had de camping ook een grindstrandje, dus de libellenliefhebber weet wat dat betekent: kans op de kleine tanglibel. Tanglibellen heb ik altijd erg stoer gevonden en gelukkig stelden ze niet teleur, op de eerste ochtend ontdekte ik al snel de kleine tanglibel op het strandje. Maar tot mijn verrassing zaten er ook twee mannetjes zuidelijk oeverlibel. Een soort die ik helemaal niet van stromend water ken. Leuk om iets nieuws te leren over het biotoop van deze soort. Met ook nog eens een kakelvers klaverblauwtje op het strandje en braamparelmoervlinders op de camping wist ik dat ik me niet ging vervelen!


De aanwezigheid van (voor mij) bijzondere soorten is leuk. Een mooie foto maken is iets anders. Het was al even geleden dat ik tanglibellen fotografeerde, maar al gauw kwamen herinneringen aan bijna humoristische situaties boven. Vooral de beekoeverlibellen moeten in een deuk hebben gelegen. Daar zitten ze dan: prachtige, wit-blauwe beestjes. Op een steen. En je wilt een foto op ooghoogte natuurlijk, dus dat betekent op de knietjes en daarna plat op de buik. En daar begint de lol voor die beestjes. Op je knieën op een kiezelstrand is al geen pretje, maar plat gaan liggen is ronduit ongemakkelijk. Niet alleen vanwege de harde en hobbelige stenen, maar heel de camping kan ook nog eens meegenieten van je onhandige en pijnlijke bewegingen. En geloof het of niet, maar de libellen blijven rustig zitten als je op de knieën zakt, nog steeds als je je moeizaam op je buik werkt, maar als je dan heel voorzichtig, al buikschuivend dichtbij probeert te komen wachten ze tot je je camera zo langzaam en vloeiend mogelijk op hen richt, om een metertje verderop opnieuw te landen en je eens smakelijk uit te zitten lachen. Weer moeizaam omhoog kruipen voor een nieuwe poging laat je voelen dat je een oude man aan het worden bent. Soms vraag je je af waarom je het eigenlijk doet.
Ik ben duidelijk een beetje roestig qua natuurfotografie, want op een gegeven moment herinnerde ik me dat libellen vaak net iets gemakkelijker blijven zitten tegen het einde van de dag en dan is je licht ook nog eens mooier, dus wat later op de dag lukte het inderdaad om wel dichtbij te komen op ooghoogte. Of de uiteindelijke foto nou al die moeite waard was...


Voor de kleine tang had ik het geluk dat als ik net even een stuk door de Kyll heen waadde, tot voorbij de camping daar een stroomversnellinkje zat waar de kleine tang zich het beste thuis voelde. Ik ontdekte dat ze daar nog schuwer waren dan de zuidelijke oeverlibellen. Maar ook dat ze soms ook landden op stenen midden in de stroomversnelling. Bij deze stroomversnelling had je wat later licht, wat contrasten door schaduwen van bomen en hier kon ik in wat later licht spelen met verschillende parameters. En bovenal was hier een beeld haalbaar dat ik eigenlijk al jaren in mijn kop heb, een silhouet (met natuurlijk die bijzondere tang) van een tanglibel met in de achtergrond schitteringen van de zon op het water. Het heeft me heel wat pogingen en uurtjes gekost, plat op je buik in een ondiepe beek levert een redelijk besmeurde natuurfotograaf op, maar uiteindelijk is het gelukt om dit beeld redelijk naar tevredenheid te vangen en het levert altijd veel plezier op als je een idee werkelijkheid kan maken. Dat het thuisfront niet bepaald enthousiast reageert op het eindresultaat heb ik gelukkig al leren accepteren.


Als laatste nog 2 foto's van vlinders op de camping. Er was op de camping nog een perceel dat eigendom was van een dorpsbewoner die er nog een moestuin had. Een erg leuke afwisseling want vooral de marjolein die er als keukenkruid stond trok ontzettend veel vlinders aan en de goudsbloemen droegen ook hun steentje bij. Na een leuk gesprekje met de eigenaresse had ik toestemming om in haar tuintje rond te wandelen met de camera, dat leverde foto's op van het oranje zandoogje (tientallen op de marjolein) en de braamparelmoer.


Schönecker Schweiz
Naast de camping was het mooiste natuurgebied dat een beetje af te rijden was de Schönecker Schweiz. En dit plekje stelde vooral niet teleur op slechts honderd meter steil bospad. Direct bij de parkeerplaats in Schönecken loopt een stenig paadje stijl omhoog door een strook bos. Langs het pad groeide bosklit, een grote, distelachtige nectarplant die een vlindermagneet bleek te zijn. Op honderd meter bospad vlogen zeker dertig, maar ik denk wel vijftig keizersmantels rond, tientallen gehakkelde aurelia's en dat werd aangevuld met citroenvlinders, atalanta's, grote- en braamparelmoervlinders, groot dikkopjes, bonte zandoogjes en niet de minste: de kleine ijsvogelvlinder. Ik heb volgens mij nog nooit zo veel vlinders zo dicht bij elkaar gezien, zelfs niet in tropische vlindertuinen. Wat een paradijsje! Het dwarrelde om je heen als je over het pad liep en je wist niet waar je moest beginnen met fotograferen. Nu snapte ik wat een leeuw voelt midden in een kudde zebra's, het valt niet mee om je onderwerp te isoleren en tot mooie foto's te komen tussen al die dwarrelende beestjes.

Wanneer je het steile pad beklommen had en nog iets verder doorliep, kwam je bovenaan de kalkgraslanden tegen. Een prachtig veld met wilde marjolein, knoopkruid en grote centaurie, beemdkroon en wilde peen. Perfect biotoop voor een persoonlijke favoriet: het dambordje. Ik was nog wat vroeg voor het bleek blauwtje, daar heb ik er maar twee van gezien, maar de tientallen dambordjes maakten mijn dag goed en gaven me de moed om weer eens om 5 uur op te staan voor foto's in het eerste licht. Dat blijven toch voor mij de mooiste beelden, wanneer de dag wakker wordt.



Maar de Schönecker Schweiz heeft nog meer te bieden. Er loopt ook een wandelroute niet de heuvel op, maar een prachtig beekdal in. Een heerlijk stil plekje waar, als je geluk hebt, je grote weerschijnvlinders kan spotten. Ik heb er dan ook 2 ochtenden rondgelopen om te zoeken. Ik heb zelfs na wat googelen stinkende blauwaderkaas neergelegd in de hoop dat de mannetjes er op afkwamen, maar helaas. Ze wilden niet meewerken, je kan niet alles hebben. In de tussentijd vermaakte ik me dan wel weer met nog meer keizersmantels op de volop aanwezige moesdistel en met een prachtig getint bont zandoogje. Wat kan dat ook een prachtig vlindertje zijn eigenlijk!


Laat ik afsluiten met een abstracter landschapje voor de afwisseling. Voor degene die tips zoeken voor een vakantie in het zuiden van de Eifel: bij Irrel heb je een prachtig kalkzandsteen gebied liggen dat doet denken aan klein Zwitserland in Luxemburg. Spectaculaire rotsformaties en een prachtige wandeling. Je hebt er de Irreler Wasserfalle en de Teufelslucht, een nauwe kloof tussen twee rotsformaties heen. Vanuit de Teufelsschlucht maakte ik het onderstaande beeld.

Uiteindelijk bleek de Eifel opnieuw precies te zijn wat ik ervan gehoopt had: een heerlijke gezinsvakantie met tussendoor genoeg momenten om even alleen de natuur in te trekken. Soms met een camera, soms zonder. Maar altijd met het gevoel dat er weer genoeg inspiratie is voor een volgende keer.
Waargenomen vlinders:
- Koninginnenpage
- Landkaartje (zomervorm)
- Groot koolwitje
- Klein geaderd witje
- Klein koolwitje
- Kleine ijsvogelvlinder
- Oranje zandoogje
- Bruin zandoogje
- Kleine vos
- Dagpauwoog
- Distelvlinder
- Braamparelmoervlinder
- Keizersmantel
- Klaverblauwtje
- Icarusblauwtje
- Boomblauwtje
- Gehakkelde aurelia
- Citroenvlinder
- Atalanta
- Groot dikkopje
- Geelsprietdikkopje
- Kaasjeskruiddikkopje
Waargenomen libellen:
- Weidebeekjuffer
- Bosbeekjuffer
- Blauwe breedscheenjuffer
- Kleine tanglibel
- Zuidelijke oeverlibel
- Grote keizerlibel
